De woninghuurwet voor beginners
De voorbije jaren wijzigde woninghuurwet meerdere keren. Indien
de woning als hoofdverblijfplaats wordt gebruikt, regelt deze wet
de meeste afspraken tussen verhuurder en huurder. Voor
studentenkamers, garages, buitenverblijven, handelspanden, … gelden
er vaak andere regels. Voor contracten van vóór 28 februari 1991
gelden soms ook aparte regels.
Verplichte of aanvullende bepalingen
Heel wat bepalingen zijn ‘verplicht’. Dit betekent dat huurder en verhuurder deze regels moeten volgen en niet zelf andere afspraken kunnen maken. Je kan bijvoorbeeld nooit een contract van 5 jaar afsluiten.
Andere regels zijn ‘aanvullend’. Dat betekent dat deze
regels voor iedereen gelden, tenzij beide partijen andere afspraken
hebben gemaakt. Je zet deze afspraken best op papier.
Vijf soorten contracten:
- Een contract van 9 jaar is het standaardcontract. Huurder en
verhuurder kunnen in de loop van deze 9 jaar het contract eenzijdig
beëindigen, weliswaar onder bepaalde voorwaarden.
- Een contract van korte duur is de uitzondering op deze regel: maximum 2 opeenvolgende contracten en samen maximum 3 jaar. Dit contract kan je nooit eenzijdig opzeggen (door verhuurder of huurder alleen). Verhuurder en huurder kunnen het wel beëindigen indien ze dit samen overeenkomen.
- Langer dan 9 jaar, levenslang of renovatie:
- Je kan ook een contract afsluiten dat langer loopt dan 9 jaar.
- En zelfs een contract voor ‘levenslang’. Dit eindigt bij het
overlijden van de huurder.
- Een huurrenovatiecontract gebruik je wanneer de huurder zelf de woning gaat verbeteren.
Laat je in deze situaties bijstaan door deskundigen. Zo niet maak je snel fouten.